Dionne Stax over de NOS, diversiteit en studiostress

Tekst: Stijn de Vries. Beeld: Fleur Born.

Op haar 32ste is ze misschien wel hét gezicht van de NOS. Ze presenteert het achtuurjournaal en wordt door velen geadoreerd. Dionne Stax is journaliste, presentatrice en bovenal een doorzetter. ‘Met een negen-tot-vijfmentaliteit kom je er niet.’

UIT WAT VOOR NEST KOM JE?
‘Ik kom uit een liefdevol gezin. Tot mijn achttiende heb ik met veel plezier in Boxmeer gewoond. Ik kon genieten van de Brabantse gezelligheid tijdens carnaval of stapavonden. Toch was ik een heel serieuze student, ik wilde alles goed doen en studeerde veel. School ging altijd voor.’

HOE BEN JE BIJ DE NOS TERECHTGEKOMEN?
‘Werken in de televisiejournalistiek was mijn grote droom. Ik wist dat ik het bij de NOS wilde leren, daarom solliciteerde ik bij NOS Headlines. Ik werd aangenomen en kreeg een camera en microfoon in mijn handen gedrukt. De stage was vallen en opstaan. Ik leerde veel van mijn fouten. Door de lange dagen realiseerde ik me ook dat je als journalist geen negen- tot-vijfbaan hebt. Tijdens mijn stage had ik twee items gemaakt die het achtuurjournaal hebben gehaald. Toen wist ik: hier wil ik in verder.’

VANWAAR DIE GEDREVENHEID?
‘Tijdens mijn studie liep ik dus al stage bij de NOS. Ik vond die stage belangrijker dan het studentenleven. Achteraf denk ik dat ik me wel minder serieus had mogen opstellen, dan was het ook wel goed gekomen. Maar ik vond het werk bij de omroep zo mooi, dat ik er wilde blijven. Ik ging volledig voor mijn werk, in plaats van dat ik in de kroeg hing.’

WIST JE DAT JE ZO VER ZOU KOMEN?
‘Nee, dat had ik niet verwacht. Ik was totaal niet bezig met op televisie komen, al ben ik wel iemand die graag uitvindt wat bij me past. Er kwam een vacature bij NOS op 3 vrij voor verslaggever en presentator. Ik deed een screentest en werd uitgekozen. Sommige studenten komen hier binnen en hebben maar één doel: in de studio staan. Journalistiek is ook goede verhalen maken, continu nieuwsgierig zijn en een kritische blik op de wereld hebben. De basis is dat je hart voor de journalistiek moet hebben.’

HOE GING JE EERSTE NOS-UITZENDING?
‘De allereerste uitzending duurde tien minuten. Ik was zenuwachtig, maar ik sloeg me er doorheen. De tweede en derde keer gingen prima. Maar toen ik de vierde keer voor de camera ging staan, voelde ik al dat mijn knieën begonnen te trillen. Ik wist niet waardoor het kwam, maar ik wilde hard wegrennen en nooit meer terugkomen. Zó zenuwachtig was ik. Iedereen die op tv komt moet dat een keer meemaken, daarna kan het alleen nog maar beter gaan.’

HOE IS DAT NU?
‘Het is en blijft hard werken. Niet alles wordt je op een presenteerblaadje aangereikt. Het gaat altijd met vallen en opstaan en met een negen-tot- vijfmentaliteit kom je er niet. Het is een combinatie van hard werken en geluk hebben. Er waren namelijk ook mensen die iets in me zagen.’

HOE GA JE OM MET ANDERMANS MENING?
‘Er zijn een paar mensen om me heen waar ik altijd naar luister en die ook kritisch op me zijn als dat moet. Zij zijn er vanaf het begin geweest en naar hen luister ik. Voor de rest glijden opmerkingen van me af, of het nu een compliment of kritiek is.’

WAT VIND JE VAN DE HOUDBAARHEID VAN VROUWEN OP TV?
‘Ik hoop dat mijn houdbaarheidsdatum niet te beperkt is. Het zou niet zo mogen zijn dat het voor mannen makkelijker is om op latere leeftijd nog op televisie te mogen dan voor vrouwen.’

HOE IS HET OM BEKEND TE ZIJN?
‘Ik ben er niet dagelijks mee bezig. Mensen kennen me van televisie, maar dat hoort erbij. Ik heb niet de neiging om veel met de wereld te delen. Het is fijn om af en toe uit te kunnen staan. Als journalist sta je de hele dag aan, je hebt je oren en ogen open en vangt alles op.’

HOE DEAL JE DAARMEE?
‘Ontspannen is belangrijk. Een jaar geleden deed ik mee aan een yogaweek in Noord-Ibiza. Dat klinkt zweverig, maar het was heel fijn. Je moest je telefoon inleveren en het was wennen om die niet meer te gebruiken. Ik keek anders naar de wereld na die week. Het is een verademing om dat ding eens weg te leggen.’

WAAROM?
‘De toon op sociale media vind ik heftig. Er wordt soms meer geschreeuwd dan dat er inhoudelijke discussies worden gevoerd. De NOS probeert op alle platforms aanwezig te zijn en bij journaals iedereen zo goed mogelijk te informeren. De journalistiek moet de macht controleren. We zijn er om te kijken of alles wel goed gaat. Daar is de journalistiek voor.’

WAT IS DAARIN JOUW TAAK?
‘Je moet je neutraliteit behouden en weten wat er speelt. Van alleen maar in de studio staan krijg ik jeuk. Daarom ga ik ook met Koningsdag of met de Vierdaagse op pad.’

HOE GAAT EEN LIVE-UITZENDING TIJDENS EEN RAMP?
‘Iedereen wordt opgetrommeld en ik ren de studio in. We hebben een soort rampenplan, iedereen krijgt een functie aangewezen. Het is heel georganiseerd. Dat moet ook wel met zo’n grote uitzending. De een belt mensen om naar de studio te komen, de ander spot de beelden en iemand anders houdt contact met correspondenten. Als presentator wil je tijdens zulke uitzendingen niet dat de regie de hele tijd in je oor schreeuwt.’

WAT IS HET ENGSTE DAT JE OOIT HEBT GEDAAN BIJ DE NOS?
‘De politieke debatten presenteren. Dat moet je gewoon tot in de puntjes voorbereiden, het is live en het moet goed gaan. Het blijft spannend. Oud en Nieuw is een leuke uitzending om te maken. Het afgelopen jaar werkte ik met lieve collega’s waar ik na twaalf uur nog even mee kon proosten. Ik kon het niet laat maken, ik moest de uitzendingen van de dag erna ook presenteren.’

ZOU JE OOIT OVERSTAPPEN NAAR EEN AMUSEMENTSPROGRAMMA?
‘Nee, ik ben geen type voor entertainment. Je zult me nooit van een gouden trap zien flaneren. Ik wil wel echt met het nieuws bezig zijn en nog veel journalistieke programma’s maken. Zoals de documentaireserie Lady Di & Dionne waaraan ik heb mogen werken.’

ZIJN ER NOG DINGEN WAAR JE WAKKER VAN LIGT?
‘Mijn grootste onzekerheid is dat ik tijdens een grote uitzending geen desk voor me heb. Je bent volledig in beeld en dat voelt soms alsof je naakt voor heel Nederland staat. Je bent heel kwetsbaar voor de camera. Om fouten die ik maak op live-televisie kan ik achteraf lachen: het hoort erbij, je werkt zo onregelmatig. Je bent een mens, geen robot. Mijn ouders zitten bijna altijd voor de buis te kijken, ze zijn heel trots op me.’

WAT DOE JE OVER VIJF JAAR?
‘Ik ben gegaan voor de dingen waar ik blij van word en waar mijn passie ligt. Wat ik wel weet is dat ik echt meer documentaireseries wil maken en meer wil interviewen. Meer de diepte in dus.’

JE WERKT HEEL HARD, WAAR LIGT JE GRENS?
‘Af en toe word ik teruggefloten door ouders en vrienden die vragen of ik iets leuks wil doen. Je moet ook blijven genieten van de andere dingen in het leven. Zij merken het als ik het te druk heb. Familie en vrienden zijn misschien wel belangrijker dan een carrière. Ik hou van hard werken en ik vind mijn baan leuk, maar familie en vrienden staan bij mij absoluut op nummer één.’

WAT IS ER ALLEMAAL VERANDERD BIJ DE NOS?
‘Toen ik als stagiair op de redactie begon waren er enorm veel grijze bollen. Als je er echter voor een breed publiek moet zijn, moet het in de samenstelling ook kloppen. Door de jaren heen is er aan verjonging en diversiteit gewerkt. Het is heel belangrijk dat je de afspiegeling van de samenleving bent op een redactie en dat worden we steeds meer. Toen ik hier kwam was internet een kleine redactie ergens achterin. Televisie was veel groter. Nu is het andersom. Jaren geleden moesten we iets voor de journaals hebben, nu moeten we voor internet aan de gang.’

NOG TIPS VOOR EEN JONGE JOURNALIST?
‘Doe journalistieke klussen naast je studie en niet pas als je papiertje binnen is. Uiteindelijk doe je ervaring op in de praktijk en zo kom je er achter wat je leuk vindt. Er zijn door het internet zoveel mogelijkheden. Daar ligt de toekomst.’

Paduaan

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *