Het Gesprek met Pepijn Lanen

Tekst: Gizelle Mijnlieff. Beeld: Fleur Born.

Woordkunstenaar Pepijn Lanen, bekend als Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig, is niet alleen een intrigerende persoonlijkheid, maar ook rapper, schrijver en vader. ‘Niemand doet wat wij doen en veel mensen begrijpen niet waar wij mee bezig zijn. Dat het toch zo populair kan zijn vind ik echt super tof.’

Waar liggen je roots eigenlijk?

‘Ik ben geboren in Utrecht en daar opgegroeid. Na mijn middelbare school nam ik een tussenjaar en ging ik wiet roken, geld lenen en een tijdje naar het buitenland. Toen ik terugkwam ging ik naar Amsterdam. Bas Bron, de producer van De Jeugd, was een vriend van mijn broer en hij wilde graag een plaat maken met Nederlandse rappers. Ik rapte al en leerde Freddie kennen waarvan ik vond dat hij heel tof rapte. Hij zei: ‘Willie Wartaal is een echte rapper, ik neem hem ook een keer mee’. Zo kwam De Jeugd van Tegenwoordig bij elkaar.’

Zo gepiept dus?

‘Tsja, we vonden onze samenkomst een dermate saai verhaal dat we hadden besloten om bij de media elke keer een ander verhaal te verzinnen. Als je op nummer één staat zijn de meeste van die interviews echt stompzinnig, maar dat moet je wel doen als je net begint. In 2004 hebben we ‘Watskeburt’ opgenomen en in 2005 kwam die uit. Vanaf toen ging het heel erg hard en dat is nooit meer echt opgehouden.’

Die succesbom op je 22ste, hoe was dat?

Ik verdiende ineens genoeg geld om de huur te betalen, dat was voor mij best wel een grote stap. Daarvoor moest ik aan het einde van de maand naar mijn ouders omdat ik geen wc-papier meer had of zo. In het begin was er veel drank en drugs en gekke avonturen in de nacht. Ook harddrugs zijn om de hoek komen kijken, maar daar heb ik nu geen tijd meer voor. Ik heb in principe genoeg drugs genomen voor de rest van mijn leven. Na Watskeburt gingen we op een gegeven moment ook wel een beetje over de kop. Daardoor gingen we nadenken: Wat willen we hier eigenlijk mee? Gaan we het binnen een jaar kapot maken, of gaan we straks een tweede plaat maken. Uiteindelijk besloten we met zijn allen dat muziek maken was wat we wilden.

Dan komt die tweede plaat, en dan?

‘Toen ging alles weer gek in de lift. In het begin deden we vooral heel veel clubshows in discotheken met ongeïnteresseerde dronken mensen. Nadat die tweede plaat heel goed werd ontvangen, stonden we in de Bravo op Lowlands, waar onze boeker backstage een poppodiumtour verkocht. Al die shows waren uitverkocht en sindsdien doen we geen clubshows meer, dat was echt een grote stap vooruit. Als mensen een kaartje kopen om je te komen zien, geeft dat een heel andere sfeer dan mensen die shooters aan het drinken zijn in de discotheek.’

Heb je rituelen voor een optreden?

‘Niet per se. Het hangt er vanaf in wat voor flow ik zit. Vroeger dronk ik altijd een drankje van tevoren, bijvoorbeeld een biertje. Toen dacht ik dat ik dan losser werd op het podium. Later kwam ik erachter dat ik helemaal geen drankje hoefde te drinken. Nu kan ik dat gevoel van nervositeit herkennen als dat ene gevoel dat er altijd is voordat je opgaat. Dat gevoel slaat om in euforie op het moment dat je aan de slag gaat.’

Bij wat voor momenten komt die euforie nog meer naar boven?

‘Twee jaar geleden deden we een show in de Heineken Music Hall. Dan heb je zo’n gigantische mensenmassa voor je. Die fysieke reactie, dat voel  en proef je als je op het podium staat. We zongen Sterrenstof en er kwamen allemaal glitters uit de lucht, iedereen begon te schreeuwen, dat voelt dan echt als een droom. Ik zie mezelf tot in de kist en daar ver voorbij op het podium staan. Op een podium sta je voor heel veel mensen maar uiteindelijk ben je het met zijn vieren aan het doen. Je bent veel met elkaar in de weer, zit vaak samen in de auto en er ontstaan manieren waarop je non-verbaal kan communiceren. Ook als we muziek maken is er een bepaald soort dynamiek.’

Hoe is jullie proces van muziek maken?

‘We rappen over electrobeats van Bas, dat is het. Er is niet echt een vaste formule voor. Meestal heeft Bas de beat, dan heb je daar een bepaalde emotie of gevoelens bij. Dat komt vanzelfsprekend voort uit de muziek. Soms ontstaat zo de basis voor een nummer, maar meestal zetten we gewoon de muziek aan, zegt iemand iets, vult iemand dat aan en rolt het als een sneeuwbal naar een refrein of onderwerp toe.’

Klinkt goed!

‘Ja, ik wil dat er na een dag in de studio in ieder geval grove schetsen zijn van wat ik heb gemaakt. Ik maak gewoon de muziek die ik wil maken op dat moment, soms is dat wat duisterder of wat rauwer en soms is dat wat liever en melodieuzer. Maar dat hebben we eigenlijk altijd gedaan, het is nooit rechttoe rechtaan killer cocaine house of blije huisvrouwenpop, het is eigenlijk altijd een beetje alles daartussenin. Muziek is iets wat op zichzelf staat. Op het moment dat een plaat uitkomt is het niet meer van mij, dan is het van het publiek, van jullie.’

Hoe kijk je terug op hoe de jeugd is gegroeid?

‘Ik ben vooral heel trots op De Jeugd in zijn geheel. Dat het zo groot heeft kunnen groeien en we niks hebben hoeven inleveren op wie we zijn. Dat het altijd ons eigen ding is gebleven en dat we zo ver hebben kunnen komen. We hebben zulke toffe dingen kunnen doen. Er is niemand die doet wat wij doen en ik denk ook dat er nog steeds niet heel veel mensen begrijpen waar wij mee bezig zijn. Dat het toch zo populair kan zijn vind ik echt super tof.’

Je bent in 2015 vader geworden, wat voor impact heeft dat op je gehad?

‘Het is niet zo dat je als persoon ineens heel erg verandert, dat je koffie niet meer lekker vindt en thee gaat drinken of dat je ineens vegetariër wordt. Maar je verwerft wel inzichten doordat je focus opeens ook staat op het verzorgen van iets dat je zo ontzettend belangrijk vindt. Het wordt belangrijker dan alle andere dingen. Je bent op een veel concretere manier geïnvesteerd in de toekomst. Alles wordt er veel minder rechtlijnig van, je krijgt eerder een soort lappendeken aan mogelijkheden. Die omslag is heel extreem en je kan niet meer terug als het eenmaal gebeurd is. Ik haal heel veel levensgeluk uit mijn kinderen. Mijn gezin is alles voor me en het is heel fijn dat ik dat heb. Daar hoef ik niks voor te doen. Het is zo, ik hoef er alleen maar te zijn. Dat voel ik ook als ik een poepluier in mijn hand heb.’

Leef je onder een strak tijdsschema?

‘Ik heb voor mezelf strakke dagdelen, zodat ik er het meeste uit kan halen. Ik sta vroeg op, ontbijt met mijn zoontje, ga sporten en dan heb ik de rest van de dag nog tijd voor schrijven en dingen met De Jeugd te doen. Ik ben zes jaar geleden begonnen met sporten, dat had ook te maken met dat de shows langer, groter en ambitieuzer werden. Als het derde of vierde album uitkomt doe je shows van twee uur. Je moet wel doelen stellen voor jezelf om naartoe te werken, zeker met dingen die je zelf moet doen. Ik probeer altijd iemand anders te betrekken bij een ambitieus nieuw plan om mezelf ook te verplichten het vol te houden.’

Hoe kwam je op het idee om te gaan schrijven?

‘Ik had een paar korte verhalen geschreven en toen wist ik niet zo goed wat ik daarmee moest. Een vriend van me zei dat ik er nog meer moest schrijven en uit moest brengen: en toen was er Sjeumig. Ik realiseerde me dat ik niet alleen korte verhalen wilde schrijven maar ook echt een roman wilde uitbrengen. Het duurde heel lang voordat ik wist wat dat zou gaan worden. Raps schrijven en een boek schrijven verschillen evenveel als een boterham smeren en een kalkoen uit de oven klaarmaken. Het is aanzienlijk meer werk. Schrijven doe ik alleen, dat maakt heel veel verschil, met de raps heb je een klankbord in elkaar. Mijn eerste boek had veel korte verhalen, voor nog een redelijk korte spanningsboog, dus dat zou je dan nog kunnen vergelijken met een album met heel veel liedjes. Mijn tweede boek ‘Naamloos’ heeft echt een begin, midden en een eind. Ik ben voor mezelf het meest trots op dat boek omdat het gelukt is om een echt verhaal te schrijven.’

Heb je nog ambities die je nog niet hebt nageleefd?

‘Ik probeer weer aan een nieuw boek te beginnen. Ook wil ik heel graag een film maken. Schrijven en regisseren. Iets in het buitenland staat ook nog op mijn lijstje maar ik weet nog niet wat. Tijd gaat in golven. Je begint ergens aan, bouwt momentum op en bent dan heel intens daar mee bezig, vervolgens ben je opeens ergens anders mee bezig en op die manier volgt dat elkaar allemaal een beetje op. Ik vind het fijn dat er altijd weer iets is dat er nog aankomt, het is nooit helemaal blanco.’

Als je een tijd zou mogen kiezen om in te leven, welke zou het dan zijn?

‘Ik zou wel in een boek van Tsjechov willen leven. Of de bubble-economie in de jaren 80 in Tokyo. Ik probeer nu sowieso elk jaar naar Tokyo te gaan, ik hou heel erg van de Japanse popcultuur, muziek, animatie, kunstenaars en mono-ontwerpers. Je kan daar lekker opgaan in de massa. Interessante architectuur, toffe winkels, lekker eten en de mensen zijn heel gastvrij. Het lijkt me heel tof om een tijdje in Tokyo te wonen.’

Meer Faberyayo? Check hem in zijn lievelingsstad in de nieuwe serie TOKYAYO van Viceland, beluister zijn meest recente album ‘Chaos In Het Universum’ of wacht op het nieuwe album van De Jeugd dat uitkomt in november.

Paduaan

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *