Claire Bender: ‘Ik ben echt slecht in de liefde’

Vroeger wilde ze groenteboer, slager of bakker worden. Inmiddels schittert Claire Bender (23) als Marietje in Rundfunk en staat ze op het toneel met de voorstelling Ibsen huis. ‘Mensen denken dat je een soort weirdo bent omdat je in een grappige serie speelt.’

Tekst: Liselot van der Klift Alex van de Sande

 

DE MEESTEN KENNEN JE VAN RUNDFUNK. WAT VOOR LEERLING WAS JIJ ZELF OP SCHOOL?
‘Ik was vrij eigenwijs. Ik was heel klein en zag eruit als een schattig meisje, maar ik kon best brutaal zijn. Ik nam niet alles klakkeloos aan wat me op school verteld werd. Ik kon mezelf niet onopvallend maken op het moment dat ik dat wilde, dus was mijn tactiek voor afkijken om het heel opzichtig te doen.’

WORD JE VAKER HERKEND OP STRAAT SINDS RUNDFUNK?
‘Ja. Sommigen zijn heel enthousiast. Het is natuurlijk een komedie, dus mensen denken dat je heel toegankelijk bent; vooral als ze dronken zijn. Ze denken dat je een soort weirdo bent omdat je in een grappige serie speelt. Dat kan ik wel ongemakkelijk vinden. Soms kunnen mensen heel amicaal beginnen, maar komen ze er op een gegeven moment achter dat ik ook een gewoon iemand ben. Dat het niet Marietje is met wie ze praten. Dan zeggen mensen tegen me: “Oh, je bent eigenlijk best wel normaal.” Maar vaak is het gewoon een groot compliment dat mensen enthousiast zijn.’

WORDT ER VEEL GELACHEN TIJDENS DE OPNAMES?
‘Tom en Yannick, die Erik en Tim spelen, kunnen het slechtst hun lach inhouden. Ook achter de schermen worden vaak grappen gemaakt. Er zijn veel rare kostuums en vreemde scènes die opgenomen moeten worden. In het eerste seizoen zou ik eigenlijk knock-out geslagen worden door Pierre Bokma, dat leek me wel cool. Helaas kon ik die dag niet, dus hebben ze dat anders opgelost.’

Paduaan III - Het Gesprek - Claire Bender-11

VOEL JE JEZELF EEN BN-ER?
‘Nee, echt totaal niet. Het maakt me geen flikker uit, of ik een BN-er word of niet. Wat wel op een gegeven moment gaat komen, wat ik nu nog heel raar vind om te zeggen, is dat ik actrice ben. Ik verdien er wel mijn geld mee, maar ik vind het nogal heftig om te zeggen. Dat ben ik toch nog niet, dat zijn de mensen waarmee ik speel. Ik doe maar een poging.’

SPEEL JE LIEVER EEN ROL DIE DICHTBIJ OF VER VAN JEZELF AF LIGT?
‘Ik vind het leuker om iets te spelen wat verder van me af ligt. Op de toneelacademie kon ik een vrouw van 84 of een man van vijftig spelen. Nu ik klaar ben met school, speel ik vooral jonge meiden. Dat vind ik soms lastig. Ik krijg soms het gevoel dat ik gas terug moet nemen omdat mijn personage jonger is dan ik, en minder sterk.’

HEB JE DAN STERKE PRINCIPES?
‘Ja, ik kan me erg over het nieuws opwinden. Ik vind het belangrijk om me te blijven verwonderen over het onrecht in de wereld en de grote hoeveelheid bizar nieuws dat onze kant op komt. Als ik een publieke functie zou hebben zou ik die verwondering uitspreken, zonder te gaan schreeuwen. Er gebeuren op dit moment in dit land en de wereld zoveel dingen die immoreel zijn. Ik wil niet dat we langzaam afdwalen en we steeds minder schrikken van dingen die echt heel naar zijn.’

 

‘HET MAAKT ME GEEN FLIKKER UIT, OF IK EEN BN-ER WORD OF NIET’

 

JE SPEELT NU IN DE VOORSTELLING IBSEN HUIS, WAAR GAAT HET STUK OVER?
‘Het is gebaseerd op stukken van de Noorse schrijver Henrik Ibsen. In een vakantiehuis van de familie Kerkman wordt er over meerdere decennia een familiedrama geschetst. Als publiek mag je als het ware naar binnen spieken in het leven van deze mensen. Je ziet hoe ze opgroeien en hoe ze daarbij beïnvloed worden door het gif dat de generaties aan elkaar doorgeven. Springend door de tijd zie je fragmenten uit het leven van de familie.’

JE BENT AL JONG BEGONNEN MET TONEELSPELEN. WAS HET TOEN AL JE TOEKOMSTDROOM?
‘Ik heb weleens oude vriendenboekjes teruggelezen. Toen schreef ik dat ik groenteboer, slager of bakker wilde worden. Ik had toen nog geen idee, dat was hoe groot mijn wereld was. Vanaf mijn zevende ging ik naar een jeugdtheaterschool, en op mijn dertiende mocht ik in een voorstelling van het Nationale Toneel spelen. Dat was magisch en wilde ik voor altijd doen.’

WAT MAAKT THEATER DAN ZO MAGISCH?
‘Ik denk dat theater goed is in het samenbrengen van mensen. Als ik een prachtige voorstelling zie, ga ik meer van mensen houden. In het theater mag je ook de lelijke kanten van mensen zien. Je ziet dat andere mensen ook tekortkomingen hebben, dat verbindt en relativeert. Dat jouw eigen gebreken door anderen herkend en erkend worden. Die lelijkheid mag er gewoon zijn. Daar kan ik dan wat meer bij stilstaan. Of iets romantisch zoals: ga gewoon een keer vechten voor de liefde.’

Paduaan III - Het Gesprek - Claire Bender-10


VECHT JIJ VOOR DE LIEFDE?

‘Nee, eigenlijk niet. Ik ben niet zo goed in de liefde en bang om me aan iemand over te geven. Ik ren snel weg, en ben ook niet zo snel verliefd.’

GEEN TINDER VOOR JOU?
‘Nee. Ik denk dat het voor sommigen echt een uitkomst biedt. Het is makkelijk om mensen aan te spreken, maar het is ook een hoop bullshit. Dan ziet iemand er weer heel anders uit dan op de foto. De leukste heb je waarschijnlijk al tien keer weg geswiped. Ik zou het zelf een nogal zielig verhaal vinden. Als iemand vraagt: “Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?”, en dat dit dan het verhaal is. Ik swipete de goede kant op en die ander ook en toen hebben we een gesprek gehad en gingen we wat drinken en dat was leuk. Het is niet het mooiste verhaal natuurlijk. Voor mij zou het niets zijn, daar ben ik te romantisch en te slecht met mijn telefoon voor.’

 

WAT IS JE GROOTSTE BLUNDER?
‘Tijdens mijn allereerste stage speelde ik een prostituee. Ik had een hele grote zonnebril op, ringen in mijn oren en naaldhakken aan. Toen ik het podium af wilde lopen bleef mijn naaldhak in een gaatje hangen. Ik dacht kut, die heb ik natuurlijk wel nodig. Toen ik ‘m wilde pakken bleek de hak vast te zitten. Ik moest de hak met twee handen beetpakken om ‘m eruit te trekken. Toen dat lukte, schoot ik zo naar achter. Daarmee had ik in de allereerste scène mijn personage al een stuk ongeloofwaardiger gemaakt. Het was nog geen eens een komisch stuk, maar ik had er toch plots een slapstick-act aan toegevoegd. Dat was wel gênant.’

EN IN JE PRIVÉLEVEN?
‘Laatst had iemand heel lief voor mij croissantjes en koffie gekocht. Hij maakte een grapje dat hij dat niet voor mij had gekocht, maar voor iemand anders. Ik geloofde dat eventjes en toen zei ik heel oprecht: “Oh gelukkig, want ik hou helemaal niet zo van croissantjes en ook niet van koffie.” Maar hij had dat dus wel voor mij gekocht. Toen had ik het ontbijt verpest.’

WAT ZOU JE NOG WILLEN LEREN?
‘Ik wil graag leren beatboxen, maar dat niemand weet dat ik dat geleerd heb. Dat ik dat ineens heel goed kan. Ja, ik ga wel sterven met een beatboxskill. Het is niet per se hetgene wat ik mee zou willen geven aan de wereld, maar als ik daar nou ooit heel goed in word; dat lijkt me wel cool.’

Paduaan III - Het Gesprek - Claire Bender-13

Paduaan

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *