Nathan de Vries: ‘Ik denk dat niemand kutter wakker wordt dan ik’

gesprek-1

Geen nieuwe content, maar wel heel erg leuk! Voor het geval je Paduaan #1 van 2015/2016 niet hebt kunnen bemachtigen: hier lees je alles terug.

Tekst: Fleur Born        Beeld: Laura Hoog

Zit op de wc om tot zichzelf te komen

Heeft een hekel aan arrogante mensen

Droomt van een frikandel speciaal op bed

 

Hij knutselde als klein jongetje een camera van een kartonnen doos en een oud fotorolletje. Nu, jaren later, staat hij zelf voor de camera. Nathan de Vries (24) heeft er inmiddels zo’n dertig afleveringen van Spuiten & Slikken op zitten als presentator: ‘Ik kijk op tegen Geraldine en Jan. Die zag ik toen ik jonger was zelf nog op tv. Nu werk ik met ze samen, dat is heel tof.’

 

Word je al herkend op straat?

‘Ik zat op Bali bij een strandtent met een drankje en opeens werd ik herkend door een aantal Nederlanders. Dat is wel heel onwerkelijk, je bent aan de andere kant van de wereld en je wordt herkend. Op zo’n moment ben ik daar echt totaal niet mee bezig, ik ben gewoon aan het relaxen op mijn vakantie.’

 

Ben je al gewend aan die fame?

‘Wanneer iemand me lang aanstaart, word ik een beetje panisch. Ken ik diegene écht, of kijkt hij omdat ik op tv te zien ben? Daar moet ik een beetje aan wennen. Maar ik ben een avondmens en ga vaak uit. Tijdens het stappen merk ik echt dat ik herkend word. Dan zijn mensen vaak al lam en roepen ze direct wat in hun opkomt. Als mijn vrienden en ik aan het stappen zijn ben ik vaak ook wel een beetje aangeschoten, dus dan kan ik de humor er nog wel van inzien. Toch vind ik het soms lastig om er mee om te gaan.’

 

Je bent een avondmens. Hoe doe je dat ‘s ochtends vroeg op de redactie?
‘Ik heb er zo’n hekel aan om vroeg op te staan. Ik denk dat niemand kutter wakker wordt dan ik. Het duurt echt tot een uur of twaalf tot ik bijgedraaid ben en ik weer gewoon aanspreekbaar ben. Voor die tijd moet je niet te veel met me praten. ’s Ochtends heb je gewoon niet veel aan mij. Koffie helpt dan wel, dat is echt mijn opstartertje sinds ik bij BNN werk. Voorheen dronk ik altijd thee, maar nu probeer ik met een kop koffie en mijn laptop echt even wakker te worden. Dan lees ik het nieuws om tot mezelf te komen. Toen ik nog een vriendin had, begon ze ’s ochtends altijd tegen me aan te praten als we wakker werden. Dat kan ik gewoon niet. Ik vind ochtenden vreselijk.’

 

Hoe kwam je bij BNN terecht?

‘Eens in de zoveel tijd heb je zo’n BNN Talent Day. Een vriend van me zei dat ik daaraan mee moest doen. Ik vond het wel het proberen waard, dus schreef ik me in. Er waren allemaal verschillende auditierondes. Eerst een hele grote ronde en elke keer werd de groep die aan die rondes meedeed weer kleiner. Er vielen mensen af en toen kwam ik uiteindelijk bij de laatste auditieronde terecht.’

 

Hoe was het om daar aan mee te doen?
‘Ik belandde in een soort Idols, terwijl ik daar juist zo’n hekel aan heb. Je zit daar dan als een nummertje met een stuk of achthonderd anderen. De één nog mooier dan de ander. En ze willen allemaal hetzelfde: door die audities komen en winnen. Ze hadden allemaal dezelfde rooie kop, ze waren supernerveus. Toen heb ik maar besloten om juist niet te zenuwachtig te zijn. Daardoor stond ik er eigenlijk veel relaxter in, het maakte me allemaal niet zoveel meer uit. Misschien heb ik het daardoor zelfs wel beter gedaan.’

 

Hoe is het om in een redactie met veel bekende koppen terecht te komen?
‘Het was wel gek en moeilijk om in zo’n team te belanden. Ik kijk natuurlijk ook op tegen Geraldine en Jan. Die zag ik toen ik jonger was zelf op tv, dus het is ook wel heel tof dat ik nu met hen samenwerk. In het begin dacht ik echt: wow, what the fack. Omdat je ze toch al die tijd zelf op tv hebt gezien. Maar nu heb ik ook gewoon contact met ze. Je werkt samen onder druk van deadlines en dan trek je vanzelf naar elkaar toe. Je wordt dan wel hechter met elkaar. Toen we de studio nog hadden en ik samen met mijn collega Gwen van Poorten voor de camera stond, zag ik dat hele publiek zitten. Toen realiseerde ik me wel dat al die mensen daar deels voor ons zaten. Dan voelde ik me nog wel zo’n jongetje die daar heel erg van onder de indruk is.’

Hoop je net zo groot te worden als veel van jouw collega’s?
‘Het is misschien onbewust wel een droom van me, maar ik was er nooit echt mee bezig om presentator te worden. Ik maakte vroeger wel veel filmpjes. Als klein jongetje had ik van een kartonnen doos een camera geknutseld, met een oud fotorolletje als lens. Daar liep ik dan de hele tijd mee rond. Het zag er heel nep uit, maar ik vond de televisiewereld dus al wel tof. Alleen niet echt genoeg om het ook te studeren en verder die richting op te gaan. Want hoe groot was de kans nou dat ik ook echt in die wereld terecht zou komen?’

 

‘SOMS SPEEL IK STIEKEM EEN HALVE SCÈNE NA UIT NARCOS’

 

Wat deed je dan?

‘Ik was vroeger meer van het acteren, dat deed ik ook wel serieuzer. Als ik een rol aanneem, dan ga ik er ook wel echt voor. Ik maakte bijvoorbeeld items over gekke geschiedenisverhalen in De Geschiedenis Draait Door. Als ik een heks moest spelen, was ik een heks. Als ik een aap moest spelen, was ik een aap. En als ik een dragqueen moet spelen, zoals bij de Spuiten & Slikken Specials, dan deed ik dat ook. Ik ben soms wel een beetje een performer.’

 

Nou, vertel!

‘Ik houd er wel van om gek te doen. Ik vind het leuk om te zien welk effect het heeft op mensen. Soms speel ik stiekem een halve scène na op mijn kamer uit Narcos of Pirates of the Carribean. Net niet te hard, zodat niemand het hoort. Dan doe ik alsof ik zelf Pablo Escobar of Jack Sparrow ben. Dat vind ik gewoon tof. Als ik een gekke scène heb gezien, doe ik dat na. En als ik op stap ben met vrienden, ben ik altijd de gangmaker. Ik probeer zoveel mogelijk mensen mee te krijgen op zo’n avond om gewoon lekker gek te doen. Dat is nu eenmaal hoe ik ben. Dat past wel bij het acteren dat ik vroeger veel deed. En ook wel bij het presenteren dat ik nu doe. Vooral bij een programma als Spuiten & Slikken. Voor sommige mensen is presentator worden echt een droom. Zo was dat voor mij niet.’

 

Wat is jouw droom dan?

‘Soms denk ik: shit, het lijkt me heerlijk om naar een vriend in het buitenland te gaan. Die heeft een hostel in Zuid- Amerika. Dat hostel is een concreet plan geweest van ons, waar die vriend en ik het lang over hebben gehad. Het leek me altijd mooi om hem te helpen dat op te richten. Eerst moet je dan een paar jaar keihard werken, dat is misschien wel kut. Maar als het dan eenmaal staat, dan heb je zelf iets neergezet waar iedereen kan komen vanuit de hele wereld. Je richt zelf de tuin in, bepaalt zelf de muziek die je daar draait en iedereen heeft het naar zijn zin.’

 

Dat klinkt goed!

‘Ja toch? Ik houd van mensen en op die manier kun je ze van over de hele wereld ontmoeten. De ene keer ga je dan naar Peru, dan weer naar Uruguay. Misschien gebeurt dat ooit nog wel, zo’n eigen hostel. Dan zie je me terug in het programma Ik vertrek, waarbij ik gewoon presenteer dat ik zelf weg ga. Ik sluit helemaal niks uit, maar nu zit ik hier nog wel goed hoor. Maar een droom? Ik wil avontuur, ik wil erop uit. Ik heb nooit echt een bepaalde baan gewild of het doel om ergens superveel geld mee te verdienen. Het gaat me meer om de belevingen met mensen. Het leuk hebben, plezier hebben, reizen.’

 

Waar gaat die reis dan naartoe?

‘Ik wil nog een keer naar Nieuw- Zeeland, in dat land heb je echt alle soorten natuur. Van watervallen, tot bergen, tot mooie stranden, tot bijzondere diersoorten. Ik wil nog een keer naar Vietnam, Laos, Cambodja en eigenlijk nog zoveel meer. Ik hoor zulke mooie verhalen over die landen. En ik wil nog een keer naar Egypte. Daar was ik als kind helemaal fan van, want in Egypte staan piramides. Dat komt allemaal door de film Prince of Egypt, die moest ik altijd van mijn oma kijken. Dan kreeg je de Bijbel mee op een leuke manier.’

 

Wat vond je daar zo boeiend aan?

‘Die hoge gebouwen, de manier waarop die mensen gekleed waren, alles eigenlijk. Vanaf dat moment wilde ik mijn kamer als egyptekamer en speelde ik soms dat ik zelf farao was. Ik had mijn hele kamer volgebouwd met piramides. Eigenlijk wás mijn kamer gewoon een grote piramide. Ik had zelfs hiëroglyfen op de muren, dus ik moet nog een keer naar Egypte om dat allemaal in het echt te zien. Er staat nog genoeg op mijn bucketlist.’

gesprek-2

Paduaan

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *